Spelregels

W D F S P E L R E G E L S
10e herziene versie
01 oktober 2009
|
|
Een volwaardig lid van SPORTACCORD en handelend conform de WADA-code op Anti-Doping. 'Willekeurige drugstesten kunnen op elk evenement worden vereist door het WADA " |
|
VOORWOORD
Alle Internationale Dart toernooien die georganiseerd worden onder de exclusieve bevoegdheid van de World Darts Federatie of door haar aangewezen organisaties, worden gespeeld volgens de WDF spelregels en toernooi reglement.
DEFINITIES
|
WDF |
- |
de World Darts Federatie, of de directie van de World Darts Federatie. De overkoepelende organisatie voor de sport van Darts de hele wereld. |
|
|
|
|
|
Toernooien |
- |
WDF Cups, WDF Ranking evenementen en WDF Sanctioned evenementen. |
|
|
|
|
|
Organisatie |
- |
de World Darts Federatie, de vertegenwoordiger of orgaan, aangewezen door de World Darts Federatie om zijn taken uit te voeren met betrekking tot een darts toernooi. |
|
|
|
|
|
Speler |
- |
omvat het enkelvoud en meervoud, teams als individuen, mannen en vrouwen. |
|
|
|
|
|
Scheidrechter |
- |
de persoon die aangesteld wordt om een wedstrijd te leiden via het matchboard, of op het podium. Een scheidsrechter kan ook fungeren als schrijver of caller voor de wedstrijd. |
|
|
|
|
|
Caller |
- |
de persoon aangesteld om de scores zoals ze zijn gemaakt tijdens een wedstrijd aan te kondigen. |
|
|
|
|
|
Schrijver |
- |
de persoon aangesteld om de scores op het scorebord te schrijven. Behalve als schrijver van de geënsceneerde wedstrijd, kan de schrijver ook optreden als de caller voor de wedstrijd. |
|
|
|
|
|
Scorer |
- |
de persoon aangesteld om de scores, de resultaten, en andere relevante gegevens over de wedstrijd te archiveren. |
|
|
|
|
|
Match |
- |
het totale spel tussen twee spelers, soms aangeduid als een; 'game'; Een wedstrijd kan worden opgedeeld in sets. |
|
|
|
|
|
Leg |
- |
het minimale element van een wedstrijd waarin er een volledige ronde wordt gespeeld met een winnaar en een verliezer. Een ‘leg’ vormt een wedstrijd als de wedstrijd niet is verdeeld in meerdere legs of sets. Het aantal te spelen legs in een set of wedstrijd moet oneven zijn. |
|
|
|
|
|
Set |
- |
dat deel van een wedstrijd dat bestaat uit een oneven aantal legs. Het aantal sets in een wedstrijd moet oneven zijn. De winnaar van een set is de speler die de meerderheid van de legs in die set heeft gewonnen. De winnaar van de wedstrijd is de speler die de meerderheid van de sets in die wedstrijd heeft gewonnen. |
SPELREGELS
1.00 GOOIEN
1.01 Spelers zijn verantwoordelijk voor hun eigen darts, die niet langer mogen zijn dan een totale lengte van 30,5 cm., noch meer wegen dan 50 gram. Elke dart moet bestaan uit een naaldvormige punt die wordt bevestigd op/in een barrel. Aan de achterzijde van de barrel wordt een shaft bevestigd die kan bestaan uit maximaal vijf aparte stukken.
(BV: een shaft, een flight, een flight borging en een flight beschermer.)
1.02 Alle pijlen worden bewust gegooid, een voor een, door en uit de hand.
Alle darts moeten worden gegooid met de punt gericht in de richting van het dartbord.
Als een pijl niet op deze manier wordt gegooid zal de worp als ongeldig worden verklaard en niet mee tellen als score in die betreffende leg, set of wedstrijd.
1.03 Een worp bestaat uit een maximum van ‘drie’ darts.
1.04 Als een speler tijdens een worp, een dart die zich in het dartboard bevindt aanraakt, wordt de worp geacht te zijn voltooid.
1.05 Iedere dart die tijdens de worp afketst of uit het dartbord valt mag niet opnieuw worden geworpen.
1.06 Iedere dart die tijdens de worp uit het dartbord valt voordat de totale worp is afgerond wordt niet meegerekend bij de score.
1.07 Een speler die opzettelijk het dartbord misbruikt bij het ophalen van pijlen aan het einde van een worp krijgt een mondelinge waarschuwing door de scheidsrechter van de wedstrijd. Een volgende waarschuwing zal worden gegeven als er een tweede incident in dezelfde wedstrijd plaatsvindt. Indien een derde incident plaats vindt in dezelfde wedstrijd dan zal de speler in kwestie deze leg, set of wedstrijd verliezen.
2.00 BEGIN EN EINDE
2.01 Iedere wedstrijd of leg wordt begint met een directe start. Om te beginnen met het scoren hoeft de speler alleen maar een dart in het dartbord te gooien binnen de buitenste draad van de dubbelvakken van het dartbord.
2.02 Iedere wedstrijd of een leg wordt gespeeld met een dubbele finish. Om te finishen, en te winnen, moet de spelers een dart in het dubbelvak van het cijfer dat gelijk is aan de helft van de resterende score.
2.03 De Bull wordt geteld als ‘50’ als de score van ‘50’ is vereist om een leg of wedstrijd te winnen. De Bull telt dan als dubbel ‘25’.
2.04 De overschrijd regel is van toepassing. Als een speler in een worp meer punten scoort dan de benodigde restscore in de leg of wedstrijd, of een restscore overlaat van ‘1’, blijft de restscore in de leg of wedstrijd staan zoals het was vóór die worp.
2.05 Een ,Game Shot’ geroepen door de caller is alleen geldig als de score van de geworpen darts de benodigde restscore hebben bereikt (de vereiste dubbel is geraakt) en in het bord blijven zitten totdat ‘Game Shot’ is geroepen.
2.06 Een ‘Game Shot’ geroepen door de caller ongeldig is, heeft de speler het recht verder te gooien. Dit geldt alleen als alle drie de darts niet al zijn gegooid.
2.07 Indien als gevolg van een fout in artikel 2.05 de speler een van de darts uit het bord heeft gehaald en niet alle drie de darts zijn gegooid, mag de scheidsrechter vervolgens de verwijderde dart terugplaatsen, of zo dicht mogelijk als praktisch is, op dezelfde positie en mag de speler de worp afmaken.
2.08 De speler die als eerste eindigt door het gooien van de vereiste dubbel wordt uitgeroepen tot winnaar van die leg of wedstrijd, al naar gelang van toepassing is. Een dart gegooid door een speler na afwerking mag niet worden meegerekend.
2.09 In een wedstrijd, of set verdeeld in legs, zal de wedstrijd of set worden gespeeld volgens een ‘beste van drie’ (vijf, zeven, enz.) legs. De eerste speler die een meerderheid van het gegeven aantal legs wint wordt de winnaar van de wedstrijd of set en de resterende legs, indien aanwezig, worden niet gespeeld.
2.10 In een wedstrijd verdeeld in sets, wordt de wedstrijd gespeeld volgens een ‘beste van drie’ (vijf, zeven, enz.) sets. De eerste speler die een meerderheid van het gegeven aantal sets wint wordt de winnaar van de wedstrijd en de resterende sets, indien aanwezig, worden niet gespeeld.
3.00 SCOREN
3.01 De regels van het evenement zorgt voor wedstrijden of legs van een vast oneven aantal, zoals 501, 701, of 1001. Alle gemaakte scores worden afgetrokken van de totale resterende score van de vorige worp.
3.02 Een dart kan alleen scoren als de dartpunt in het dartbord blijft zitten of raakt, binnen de buitenste dubbele draad, nadat de worp is voltooid, en de score is genoemd en vastgelegd op het scorebord.
3.03 De score wordt geteld van de segmentwaarde van het dartbord waarin de punt van de dart in zit of raakt.
3.04 De darts worden door de werper opgehaald uit het dartbord, met uitzondering in die omstandigheden waarbij een lichamelijke handicap, lichamelijk letsel of een speler hulp nodig heeft, maar pas nadat de score is aangekondigd door de scheidsrechter/caller, en geregistreerd door de schrijver.
3.05 Een protest over de score, of geroepen score, na het terughalen van de darts is ongeldig en mag niet worden aanvaard.
3.06 Fouten in de berekening geschreven op het scorebord blijven geldig, tenzij die fout, vóór de volgende worp van de speler waarop de foute score van toepassing is, door deze speler is gecorrigeerd.
3.07 De werkelijke vereiste restscore van een speler moet zijn weergegeven op het scorebord, duidelijk zichtbaar, op ooghoogte, aan de voorkant van de spelers en de scheidsrechter/caller.
3.08 Geen indicatie van de benodigde ‘dubbel’ wordt gegeven door de scheidsrechter, caller, schrijver of scorer. Bij een restscore van ‘32’ zal geen ‘dubbel 16’ worden aangegeven.
3.09 De scheidsrechter/caller treedt op als een scheidsrechter in alle aangelegenheden met betrekking tot de spelregels bij het uitvoeren van een dartswedstrijd en, indien nodig, zal met scorers en andere functionarissen worden overlegd alvorens een besluit bekend te maken tijdens een wedstrijd.
4.00 DARTBORDEN – WDF goedgekeurde specificatie
4.01 De organisatoren van toernooien gespeeld op grond van deze voorschriften moeten garanderen dat de dartborden waarop wordt gespeeld zijn goedgekeurd voor gebruik door de WDF, en door te voldoen aan de onderstaande specificatie;
(a) gemaakt zijn van 'bristle' haar type.
(b) gemaakt zijn met het '1 - 20' klok patroon.
(c) beschikken over een centrum binnenring,“Bull”, met waarde van ‘50’ punten.
(d) beschikken over een centrum buitenring, met waarde van ‘25’ punten.
(e) beschikken over een binnenste smalle band, ‘Treble’ ring, die de waarde van
een segment nummer verdrievoudigt.
(f) beschikken over een buitenste smalle band, ‘Dubbel’ ring, die de waarde van een
segment nummer verdubbelt.
(g) Beschikken over segmenten bestaande uit;
- begrenzende staaldraad; types kunnen rond, driezijdig of diamantvormig zijn
met een dikte van maximaal 1.85mm of 1.27mm minimaal. (+/-.2mm)
- binnen- en buitencentrum Bull ringen, indien niet gemaakt van staaldraad,
met een verdikking niet groter dan 1.6mm {+/- 0.2 mm} en voorzien van
scherpe randen.
- Strip materialen mogen niet dikker zijn dan 1,85 mm wanddikte en moeten
een scherp randje aan de top hebben.
- Alle segment scheidende materialen worden ofwel aangebracht op de
voorzijde van het bord op zodanige wijze dat zij plat op het oppervlak van
het dartbord liggen of anders moet stripmateriaal worden ingebed in het
oppervlak van het bord.
(h) hebben de volgende afmetingen;
Dubbel en Treble afmetingen zijn;
- draad voor conventionele boards, gemeten binnen
naar binnen = 8.0mm +/- 0.2mm
- voor borden vervaardigd met stripmateriaal gemeten
top tot top = 9.6mm +/- 0.2mm
|
'Bull' inwendige diameter |
= |
12.7 mm. |
+/- 0.2 mm. |
|
’25’ ring inwendige diameter |
= |
31.8mm |
+/- 0.3 mm. |
|
Buitenrand van ‘Double’ draad tot centrum Bull |
= |
170.0 mm. |
+/- 0.2 mm. |
|
Buitenrand van ‘Treble’ draad tot centrum Bull |
= |
107.0 mm. |
+/- 0.2 mm. |
|
Buitenrand van ‘Dubbel’ draad tot buitenrand |
= |
340.0 mm. |
+/- 0.5 mm. |
|
van de ‘Dubbel’ draad |
|
|
|
|
Overall dartbord diameter {+/- 3.0 mm.} |
= |
451.0 mm. |
+/- 3.0 mm. |
(i) Alle dartborden moeten zijn vervaardigd uit Afrikaanse Sisal
4.02 Het dartbord dient zodanig samengesteld te zijn dat het ‘20’-segment het donkere segment van de twee kleuren is en zich aan de bovenkant van het dartbord centrum bevind.
4.03 Het dartbord dient te worden bevestigd op een zodanige wijze dat de verticale hoogte vanaf de vloer, op hetzelfde niveau als de oche, met een horizontale lijn door het midden van de ‘Bull’, 1,73 meter bedraagt.
4.04 Een speler of teamcaptain heeft het recht, vóór of tijdens de wedstrijd, te vragen om de bevestiging van het dartbord te wijzigen of te veranderen, altijd op voorwaarde dat de tegenstander of een teamcaptain het verzoek goedkeurt. Deze wijziging of mag slechts worden gedaan voor een wedstrijd, of tussen de legs van een wedstrijd en mag slechts worden gedaan door een WDF benoemd official.
5.00 VERLICHTING
5.01 Dartborden gebruikt in wedstrijden op de ‘vloer’ voldoende te worden verlicht door middel van een geschikte geplaatste armatuur van minimaal 100 Watt.
5.02 Dartborden gebruikt in wedstrijden op het podium dienen voldoende verlicht zijn door tenminste twee geschikte geplaatste verlichtingsarmaturen van minimaal 100 Watt.
5.03 Alle lichtarmaturen moeten zijn uitgerust met schermen om te voorkomen dat het licht in de ogen van de speler schijnt bij het staan op de Oche.
5.04 In geënsceneerde finale kan het algemene niveau van de verlichting worden opgedreven door het gebruik van meerdere spotjes, hierbij moeten maatregelen worden genomen om schaduwvorming op het dartbord te voorkomen.
6.00 OCHES
6.01 Een verhoogd oche, 38 mm. hoog en 610 mm. lang, wordt in positie gebracht op de minimaal te gooien afstand en te meten vanaf de achterkant van de oche, 2,37 meter langs een horizontale lijn aan een peillood naar voorkant van het dartbord.
6.02 De diagonale afstand van het centrum van de Bull tot aan de achterkant van de oche op vloerniveau dient 2,93 meter te zijn.
6.03 Tijdens de wedstrijd mag geen enkele speler een deel van de verhoogde oche betreden, noch mag de speler een dart met zijn of haar voeten in een andere positie brengen dan achter de opgeworpen oche.
6.04 Een speler die een dart gooit uit een positie aan weerszijden van de verhoogde oche houdt zijn of haar voeten achter een denkbeeldige rechte lijn die aan weerszijden van de verhoogde oche doorloopt.
6.05 Elke speler in strijd met artikel 6.03 of 6.04 wordt eerst gewaarschuwd door de scheidsrechter/caller in het bijzijn van de team captain van de speler of teamgenoot. Elke dart gegooid in strijd met deze clausules wordt ongeldig verklaard door de scheidsrechter.
6.06 Een speler of teamcaptain heeft het recht te vragen om de oche afmetingen te laten controleren en corrigeren vóór en tijdens de wedstrijd, altijd op voorwaarde dat de tegenstander zich aansluit bij het verzoek. Deze controle en afstelling mogen slechts worden uitgevoerd voor een wedstrijd, of tussen de legs van een wedstrijd, en mag slechts worden gedaan door een WDF benoemde official.
6.07 All Alle aangesloten Dart instanties zijn gemachtigd om de afmetingen de hoogte van het dartbord te wijzigen, evenals de lengte van de oche , aan de bijzondere eisen van de deelnemers in de speciale evenementen voor personen met een handicap.
Afmeting oche










